Dienstenveloppen van
Kerken

Portvrijdom kerken en de tijdelijke frankeerregeling kerken*


In de 'Inleiding aan de hand van Dienstorders' is er één tab 'Kerken' die betrekking heeft op de dienstorders die verklaren waarom er in 1994 een einde kwam aan de portvrijdom van de kerken. Althans voor die kerken die portvrijdom genoten. Dat hadden ze namelijk niet allemaal.

In de Grondwet van 1815 werd een einde gemaakt aan de bevoorrechte positie van de Hervormde Kerk in Nederland. Als compensatie voor de door de overheid in beslag genomen goederen bij het begin van de Hervorming, nam de overheid de bezoldiging over van de 'bedienaren der godsdienst'. Deze regeling staat bekend als de 'zilveren koorde'.
[deze term is ontleend aan Prediker 12, vers 6: "Eer dat het zilveren koord ontketend wordt, en de gulden schaal in stukken gestoten wordt, en de kruik aan de springader gebroken wordt, en het rad aan den bornput in stukken gestoten wordt;"]

Op 1-1-1984 verviel voor alle overheidsorganisaties de mogelijkheid om Dienststukken te verzenden, zoals dat al voor de gemeenten m.i.v. 1-1-1966 gold. Er werd een korte overgangsperiode ingesteld tot 1-4-1984. Vanaf dat moment moesten alle voormalige gebruikers van 'Dienst' hun post met postzegels of frankeerstempels frankeren. Bij de kerken lag dat wat ingewikkelder, want in 1924 werd bepaald dat het voor kerken verschuldigde port met de PTT werd verrekend door het Ministerie van Financiën. En op 1-1-1984 werd de 'Wet tot beëindiging van de financiële verhouding tussen Kerk en Staat' van kracht. Hiermee zou een eind komen aan de 'zilveren koorde' en ook aan de portvrijdom. In die wet werd een overgangsperiode van tien jaar afgesproken en zo kwam er op 1-1-1994 een einde aan de portvrijdom voor de kerken. Dat gold ook nu, net als in 1924, alleen voor die kerken die ten tijde van de Grondwet in 1815 al bestonden, dus afsplitsingen van na die tijd hadden er geen recht op, zoals de 'Gereformeerde Kerken in Nederland' uit 1892.

Tijdens de overgangsperiode moesten alle stukken, conform de dienstorder H. 156, voorzien zijn van de naam van de verzender inclusief compleet adres van vestiging. Wie de toegestande verzenders waren is ook te zien in de
inleiding. Op de betreffende poststukken moest vermeld worden: 'Tijdelijke frankeerregeling Kerken', waarbij oude enveloppen opgebruikt mochten worden als 'Dienst Ministerie van Financiën' maar werd doorgehaald.

Vallend onder een eigen nummer
[klik op het gebouw voor een overzicht]

285
Nederlands Hervormde Kerk
Algemen Synodale Commissie
287
Nederlands Hervormde Kerk
Provinciale Colleges van Toezicht
297
Rooms-Katholieke Kerk
Bisschop van Roermond
298
Rooms-Katholieke Kerk
Bisschop van 's-Hertogenbosch
1.243
Nederlands Hervormde Kerk
Generale Synode
1.244
Nederlands Hervormde Kerk
Questor-Generaal
1.246
Nederlands Hervormde Kerk
Generale Financiële Raad
1.247
Nederlands Hervormde Kerk
Generaal College van Toezicht
1.248
Hervormde Gemeenten
Algemeen College van Toezicht
1.249
Nederlands Hervormde Kerk
Provinciale Colleges van Toezicht
1.250
Hervormde Gemeenten
Provinciale Colleges van Toezicht
1.251
Nederlands Hervormde Kerk
Provinciale Kerkvergaderingen
1.252
Hervormde Gemeenten
Kerkvoogdij
1.256
Opperrabbinaat
Secretariaat
1.258
Remonstrantse Broederschap
1.260
Rooms-Katholieke Kerk
Bisschoppen

Foto's komen van diverse websites.


Overgangsregeling
[klik op de het stempel voor een overzicht]

Tijdelijke frankeerregeling Kerken




* bronnen:
- Dienstorders
- J.J. Groen: 'Einde portvrijdom kerkelijke dienststukken komt in zicht', maandblad Philatelie van december 1991, blz. 835
- L.C. van Drimmelen en W. van 't Spijker: 'Inleiding tot de studie van het kerkrecht', Kampen 1992, blz. 208
- 'Portvrijdom ten einde; kerken moeten plakken',Trouw van 28-10-1993
- J. Bakker: 'De tijdelijke frankeerregeling kerken', maandblad Filatelie van februari 2008, blz. 90
- W.H. den Ouden: 'De ontknoping van de zilveren koorde', Zoetermeer 2009